Leerlijn per vak

Nederlands

De leerlijn bouwt op van taal ervaren naar zelfstandig begrijpen, spreken en schrijven.

Alle SLO-domeinen Nederlands
1 · taal- en leesomgeving2 · teksten begrijpen3 · teksten produceren4 · gesprekken voeren5 · taalactiviteiten reflecteren6 · taal als systeem7 · taalgebruik verkennen8–9 · literatuur
Concrete leerdoelen

Praktische uitwerking van SLO Nederlands 1A · 2A · 3A · 8A · Bekijk de SLO-bron ↗

1
Hoofddoel · de leerling kan

luisteren naar verhalen en in eigen woorden vertellen wat er gebeurt.

  • De leerling kan tijdens een verhaal luisteren en reageren op een eenvoudige vraag.
  • De leerling kan de belangrijkste gebeurtenis uit een prentenboek navertellen.
  • De leerling kan nieuwe woorden uit een verhaal begrijpen en gebruiken.

Voorbeeld · de leerling kanBijvoorbeeld: na een prentenboek vertelt de leerling wie er in het verhaal voorkwam.

2
Hoofddoel · de leerling kan

meedoen aan gesprekken en daarbij begrijpelijk vertellen over eigen ervaringen.

  • De leerling kan in een kringgesprek wachten op een beurt en aansluiten bij het onderwerp.
  • De leerling kan een tekening gebruiken om iets te vertellen of uit te leggen.
  • De leerling kan een boodschap of wens mondeling duidelijk overbrengen.

Voorbeeld · de leerling kanBijvoorbeeld: de leerling vertelt in de kring wat hij of zij in het weekend heeft gedaan.

3
Hoofddoel · de leerling kan

klanken, rijm, letters en woorden herkennen en ermee spelen.

  • De leerling kan rijmwoorden herkennen en zelf een rijmwoord noemen.
  • De leerling kan de eerste klank van een eenvoudig woord horen.
  • De leerling kan letters uit de eigen naam herkennen.

Voorbeeld · de leerling kanBijvoorbeeld: de leerling hoort dat ‘maan’ en ‘haan’ op elkaar rijmen.

4
Hoofddoel · de leerling kan

een boek of verhaal kiezen en vertellen wat hij of zij er mooi, spannend of grappig aan vindt.

  • De leerling kan een boek kiezen op basis van onderwerp, plaatjes of verhaal.
  • De leerling kan vertellen welk personage of moment hij of zij mooi vindt.
  • De leerling kan meedoen aan een gesprek over een verhaal.

Voorbeeld · de leerling kanBijvoorbeeld: de leerling kiest een boek en vertelt waarom dit boek aanspreekt.