Hoofddoel · de leerling kan
hoeveelheden tot en met 10 herkennen, vergelijken en tellen.
- De leerling kan voorwerpen één voor één tellen tot en met 10.
- De leerling kan twee kleine hoeveelheden vergelijken: meer, minder of evenveel.
- De leerling kan een hoeveelheid herkennen zonder alles opnieuw te tellen.
Voorbeeld · de leerling kanBijvoorbeeld: de leerling ziet zonder opnieuw te tellen dat 5 blokjes meer zijn dan 3 blokjes.