Leerlijn per vak

Wereldoriëntatie

Leerlingen onderzoeken hun omgeving en leren verbanden zien tussen mensen, plaatsen, tijd, natuur en techniek.

Concrete leerdoelen

Praktische uitwerking van SLO Mens en maatschappij 25A · Mens en natuur 29A · Bekijk de SLO-bron ↗

1
Hoofddoel · de leerling kan

de eigen omgeving onderzoeken met zintuigen.

  • De leerling kan benoemen wat hij of zij ziet, hoort, ruikt of voelt.
  • De leerling kan een voorwerp of dier uit de omgeving beschrijven.

Voorbeeld · de leerling kanBijvoorbeeld: een kind kijkt naar slakken op het schoolplein en vertelt wat het ziet.

2
Hoofddoel · de leerling kan

vertellen over mensen, plekken en gebeurtenissen uit de eigen omgeving.

  • De leerling kan vertellen wie er thuis, op school of in de buurt belangrijk is.
  • De leerling kan gebeurtenissen in de eigen dag in volgorde zetten.

Voorbeeld · de leerling kanBijvoorbeeld: kinderen sorteren bladeren op kleur en leggen uit waarom ze bij elkaar horen.

3
Hoofddoel · de leerling kan

verschillen en overeenkomsten tussen mensen, dieren, planten en materialen ontdekken.

  • De leerling kan dieren en planten op een zichtbaar kenmerk sorteren.
  • De leerling kan vertellen wat hetzelfde en anders is.

Voorbeeld · de leerling kanBijvoorbeeld: de klas bespreekt wat er anders is in de herfst dan in de zomer.

4
Hoofddoel · de leerling kan

zorg dragen voor de klas, het plein en de natuur dichtbij.

  • De leerling kan meehelpen om materialen op te ruimen en te sorteren.
  • De leerling kan uitleggen hoe je zorgvuldig met een plant of dier omgaat.

Voorbeeld · de leerling kanBijvoorbeeld: een kind vertelt wat er in een prentenboek gebeurt en wat het daarvan vindt.