Leerlijn per vak

Rekenen en wiskunde

Leerlingen groeien van handelend rekenen naar flexibel rekenen en redeneren in contexten.

Alle SLO-domeinen rekenen & wiskunde
10 · getallen en verhoudingen11 · grootheden en eenheden12 · data13 · patronen en verbanden14 · meetkunde15 · probleemoplossen en algoritmes16 · wiskundetaal en instrumenten17–18 · attitude en toepassingen
Concrete leerdoelen

Praktische uitwerking van SLO Rekenen en wiskunde 10A · 10B · 11A · 15A · Bekijk de SLO-bron ↗

1
Hoofddoel · de leerling kan

rekenen met grotere gehele getallen en de uitkomst controleren.

  • De leerling kan grote getallen lezen, schrijven, vergelijken en afronden.
  • De leerling kan cijferend of kolomsgewijs optellen en aftrekken met grotere getallen.
  • De leerling kan een bewerking controleren met de omgekeerde bewerking.

Voorbeeld · de leerling kanBijvoorbeeld: de leerling controleert 428 − 197 met een omgekeerde bewerking.

2
Hoofddoel · de leerling kan

tafels, delen en verhoudingen gebruiken in toepassingssituaties.

  • De leerling kan de tafels gebruiken bij vermenigvuldigen en delen.
  • De leerling kan een verhouding herkennen en vergelijken.
  • De leerling kan eenvoudige breuken en kommagetallen op een getallenlijn plaatsen.

Voorbeeld · de leerling kanBijvoorbeeld: de leerling berekent hoeveel poten 7 tafels met 4 poten hebben.

3
Hoofddoel · de leerling kan

breuken, kommagetallen en eenvoudige procenten vergelijken en plaatsen.

  • De leerling kan tijd, geld, lengte, inhoud en gewicht omrekenen in veelvoorkomende maten.
  • De leerling kan een schaal of eenvoudige legenda gebruiken.
  • De leerling kan een passende meeteenheid kiezen bij een situatie.

Voorbeeld · de leerling kanBijvoorbeeld: de leerling legt uit dat 0,5 hetzelfde is als een halve.

4
Hoofddoel · de leerling kan

een passende rekenstrategie kiezen en die helder toelichten.

  • De leerling kan vooraf schatten welke uitkomst ongeveer past.
  • De leerling kan een rekenstrategie kiezen die bij de som past.
  • De leerling kan uitleggen waarom een antwoord wel of niet redelijk is.

Voorbeeld · de leerling kanBijvoorbeeld: de leerling kiest bij 199 + 36 eerst afronden en daarna compenseren.