Leerlijn per vak

Nederlands

De leerlijn bouwt op van taal ervaren naar zelfstandig begrijpen, spreken en schrijven.

Alle SLO-domeinen Nederlands
1 · taal- en leesomgeving2 · teksten begrijpen3 · teksten produceren4 · gesprekken voeren5 · taalactiviteiten reflecteren6 · taal als systeem7 · taalgebruik verkennen8–9 · literatuur
Concrete leerdoelen

Praktische uitwerking van SLO Nederlands 2A · 2B · 2C · 3A/3B · 6A/6B · Bekijk de SLO-bron ↗

1
Hoofddoel · de leerling kan

teksten vergelijken, de betrouwbaarheid van een bron onderzoeken en een oordeel onderbouwen.

  • De leerling kan aangeven wie de afzender van een bron is.
  • De leerling kan feiten en meningen in een tekst onderscheiden.
  • De leerling kan uitleggen waarom een bron wel of niet betrouwbaar genoeg is voor een vraag.

Voorbeeld · de leerling kanBijvoorbeeld: de leerling vergelijkt twee websites en legt uit welke bron het betrouwbaarst is.

2
Hoofddoel · de leerling kan

informatie uit meerdere teksten samenvoegen tot een samenvatting of antwoord.

  • De leerling kan hoofd- en bijzaken uit verschillende teksten selecteren.
  • De leerling kan informatie uit twee bronnen met elkaar vergelijken.
  • De leerling kan een samenvatting schrijven met eigen woorden.

Voorbeeld · de leerling kanBijvoorbeeld: de leerling maakt van twee teksten één korte samenvatting.

3
Hoofddoel · de leerling kan

een passende tekst schrijven voor doel, publiek en situatie en die gericht verbeteren.

  • De leerling kan vóór het schrijven doel, publiek en tekstsoort bepalen.
  • De leerling kan alinea’s gebruiken met een duidelijk deelonderwerp.
  • De leerling kan gerichte feedback gebruiken om een tekst te verbeteren.

Voorbeeld · de leerling kanBijvoorbeeld: de leerling schrijft een overtuigende brief met duidelijke argumenten.

4
Hoofddoel · de leerling kan

taalverzorging en werkwoordspelling bewust controleren en corrigeren.

  • De leerling kan de persoonsvorm en het onderwerp in een zin vinden.
  • De leerling kan uitleggen waarom een werkwoord op -d, -t of -dt eindigt.
  • De leerling kan een eigen tekst systematisch nakijken op spelling en zinsbouw.

Voorbeeld · de leerling kanBijvoorbeeld: de leerling verbetert zelfstandig spelling en zinsbouw in een eigen tekst.