Leerlijn per vak

Rekenen en wiskunde

Leerlingen groeien van handelend rekenen naar flexibel rekenen en redeneren in contexten.

Alle SLO-domeinen rekenen & wiskunde
10 · getallen en verhoudingen11 · grootheden en eenheden12 · data13 · patronen en verbanden14 · meetkunde15 · probleemoplossen en algoritmes16 · wiskundetaal en instrumenten17–18 · attitude en toepassingen
Concrete leerdoelen

Praktische uitwerking van SLO Rekenen en wiskunde 10A/10B · 11A · 15A–15C · 18A · Bekijk de SLO-bron ↗

1
Hoofddoel · de leerling kan

breuken, kommagetallen, procenten en verhoudingen met elkaar verbinden en gebruiken.

  • De leerling kan 0,5 koppelen aan ½ en 50%.
  • De leerling kan 0,25 koppelen aan ¼ en 25%.
  • De leerling kan breuken met verschillende noemers gelijknamig maken, bijvoorbeeld ½ en ⅘ naar twintigsten.

Voorbeeld · de leerling kanBijvoorbeeld: de leerling berekent 25% korting en vergelijkt dit met één vierde van de prijs.

2
Hoofddoel · de leerling kan

rekenen met grotere getallen in contexten zoals geld, tijd, meten en schaal.

  • De leerling kan een schaal gebruiken om een echte afstand te berekenen.
  • De leerling kan rekenen met samengestelde maten, zoals euro en cent of uur en minuut.
  • De leerling kan een passende bewerking kiezen bij een contextopgave.

Voorbeeld · de leerling kanBijvoorbeeld: de leerling berekent hoeveel verf nodig is voor een muur met een schaaltekening.

3
Hoofddoel · de leerling kan

een meerstapsprobleem modelleren, oplossen en de uitkomst op redelijkheid controleren.

  • De leerling kan de tussenstappen van een meerstapsopgave opschrijven.
  • De leerling kan vooraf een schatting maken van een verwachte uitkomst.
  • De leerling kan controleren of een antwoord logisch is in de gegeven context.

Voorbeeld · de leerling kanBijvoorbeeld: de leerling bepaalt de tussenstappen in een redactiesom en controleert de uitkomst.

4
Hoofddoel · de leerling kan

wiskundige informatie uit tabellen, grafieken en bronnen interpreteren en beargumenteren.

  • De leerling kan informatie uit een tabel aflezen en vergelijken.
  • De leerling kan een grafiek interpreteren en er een conclusie uit trekken.
  • De leerling kan uitleggen welke gegevens nodig zijn om een vraag te beantwoorden.

Voorbeeld · de leerling kanBijvoorbeeld: de leerling leest uit een grafiek af welke maand de meeste bezoekers had.