Hoofddoel · de leerling kan
breuken, kommagetallen, procenten en verhoudingen met elkaar verbinden en gebruiken.
- De leerling kan 0,5 koppelen aan ½ en 50%.
- De leerling kan 0,25 koppelen aan ¼ en 25%.
- De leerling kan breuken met verschillende noemers gelijknamig maken, bijvoorbeeld ½ en ⅘ naar twintigsten.
Voorbeeld · de leerling kanBijvoorbeeld: de leerling berekent 25% korting en vergelijkt dit met één vierde van de prijs.